Reglement 2

ARTIKEL 8 UITGAVEN
1.    De bewindvoerder verricht de uitgaven overeenkomstig de opgestelde begroting. Hierbij wordt prioriteit gegeven aan de huisvestingslasten, de noodzakelijke verzekeringen en overige vaste lasten.
2.    De bewindvoerder verstrekt de rechthebbende wekelijks of maandelijks leefgeld op een daartoe bestemde bankrekening.

ARTIKEL 9 SCHULDEN
Bij de aanvang van de bewindvoering inventariseert de bewindvoerder de schulden van de rechthebbende. Hij stelt de schuldeisers schriftelijk op de hoogte van de onderbewindstelling.

ARTIKEL 10 AFLOSSINGSCAPACITEIT
De bewindvoerder berekent de aflossingscapaciteit van de rechthebbende conform de bepalingen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 2:475 e.v.

ARTIKEL 11 AFLOSSINGSREGELING
De bewindvoerder zorgt voor een (tijdelijke) schuldbemiddeling. Hierbij wordt rekening gehouden met c.q. uitgegaan van de aflossingscapaciteit zoals berekend conform art. 10.

ARTIKEL 12 POSITIE SCHULDEISERS
De onderbewindstelling wijzigt de positie van de schuldeisers niet. De rechtsmiddelen die hen ten dienste staan blijven van kracht.

ARTIKEL 13 PRIVACY
De gegevens van de klanten worden geregistreerd. De Wet Bescherming Persoonsgegevens is hierop van toepassing. In deze wet wordt de bescherming van de privacy van burgers geregeld. Onbevoegden krijgen geen inzicht in deze gegevens. De bewindvoerder verstrekt uit deze registratie slechts gegevens aan derden, indien zulks in het belang van de klant is of uit de aard der bewindvoering voortvloeit.